Hoogtijdagen van Brugge (copy)

Hoogtijdagen van Brugge

DOOR:

Wim Blockmans

Begin vijftiende eeuw behoort Brugge met Parijs tot de meest kosmopolitische steden van Noordwest-Europa. De internationale markt voor luxegoederen en de allure van het hof van Filips van Bourgondië inspireerden Jan van Eyck tot zijn meest spraakmakende werk.

Toen Jan van Eyck in 1432 een huis kocht in de Sint-Gillis Nieuwstraat, verkeerde Brugge op het hoogtepunt van zijn ontwikkeling. Om de hoek van de straat waar Van Eyck woonde, bevonden zich de vestigingen van de kooplieden van de Duitse Hanze, iets verderop die van de Iberische en Italiaanse ‘naties’. Van Eyck trouwde er met Margareta, die als 33-jarige de toeschouwer recht in de ogen kijkt vanaf het portret dat hij in 1439 van haar schilderde.

In de tien jaren tot zijn overlijden in 1441 vervaardigde Jan van Eyck het grootste deel van de ruim twintig van hem bewaarde of door kopieën en vermeldingen bekende schilderijen op paneel. De meeste daarvan voorzag hij op de lijst van opschriften in het Latijn of Nederlands: hij vermeldde zijn auteurschap en de exacte datering, en soms voegde hij ook bijbelcitaten toe. Zijn devies Als ich can schreef hij doorgaans in Griekse letters. Hieruit blijken zowel een gedegen theologische inspiratie als een uitgesproken zelfbewustzijn.

Schildersfamilie

Jan stamde uit een welgestelde familie uit Maaseik. Drie broers ontpopten zich als schilders die hun geluk in andere streken zochten: Jan en Lambert aan het Haagse hof van Jan van Beieren, graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen. De oudste, Hubert, vestigde zich in Gent, waar hij in de jaren 1420 vermeld werd als meester en schilder die werkte aan altaarstukken in opdracht van het stadsbestuur en vooraanstaande families. 

Van 1422 tot 1425 had ‘meester Jan de schilder’ in Den Haag gewerkt in dienst van Jan van Beieren. Toen die op 6 januari 1425 overleed, mogelijk door kwade opzet, greep hertog Filips van Bourgondië pijlsnel in om de aan Vlaanderen grenzende graafschappen Holland en Zeeland aan zijn bezittingen toe te voegen. De rechtmatige, maar zwakke erfgename Jacoba was zijn nicht, zodat hij de aanspraken van Jan van Beieren kon overnemen. Hij deed een dringend beroep op de besturen van de Vier Leden (de drie grootste steden en het rijkste plattelandsdistrict van Vlaanderen) om hem te steunen in zijn onderhandelingen en machtsvertoon in Holland en Zeeland. Na een jaar leidde dit tot zijn inhuldiging in Den Briel naast gravin Jacoba, als medegraaf en opvolger.

De Gentse afvaardiging die de hertog gedurende zeven maanden had bijgestaan, was aangevoerd door Joos Vijd. Deze adellijke stadsbestuurder had Hubert van Eyck al de opdracht gegeven om een groot altaarstuk te schilderen voor de kapel die hij voor zijn nagedachtenis en die van zijn vrouw liet bouwen, vlak naast het hoofdaltaar van de Sint-Jan, de belangrijkste kerk van Gent. Hubert was de oudste van de drie broers Van Eyck en genoot in Gent een uitstekende reputatie.

Het is heel goed mogelijk dat Joos Vijd, de opdrachtgever van het Lam Gods-altaar, Huberts broer Jan bij hertog Filips heeft aangeprezen, nu diens beschermheer in Holland, Jan van Beieren, was weggevallen. Jan van Eyck werd immers al op 19 mei 1425 vanwege ‘zijn excellente vakbekwaamheid’ benoemd als schilder en kamerheer van de hertog. Zijn eerste opdracht voerde hem naar Rijsel, wellicht om daar het hertogelijk paleis en het mausoleum van de graven van Vlaanderen op te luisteren. Jans jongere broer Lambert staat eveneens vermeld in de Bourgondische rekeningen van 1431, en een jaar later portretteerde hij gravin Jacoba.

Kamerheer

Jans aanstelling als kamerheer hield in dat hij zijn vak mocht uitoefenen zonder gebonden te zijn aan de voorschriften van de plaatselijke ambachtsgilden. Tevens genoot hij de vrijheid om andere opdrachten te aanvaarden. Zijn taken voor de hertog lijken in de aanvangsfase vooral te hebben bestaan uit de ondersteuning van diplomatieke missies en het opluisteren van de hoofse omgeving, de paleizen en de feestelijkheden. Het meest opmerkelijk was de reis naar Portugal om daar in januari 1429 de koningsdochter Isabella te portretteren, de beoogde bruid van hertog Filips. Twee afbeeldingen werden hem via land en zee voorgelegd, en de beoogde bruid werd door zijn geoefend oog goedgekeurd, zodat het huwelijk een jaar later in Sluis kon worden voltrokken.

Blijkbaar waardeerde Filips niet alleen Jans bijzondere technische vaardigheden en observatievermogen, maar ook zijn geleerdheid en talenkennis. Om die redenen werd hij nog op een andere reis naar vreemde landen gezonden, die hem mogelijk de informatie verschafte om een wereldkaart uit te tekenen. Niets wijst erop dat de hertog zich door Jan van Eyck heeft laten portretteren. Wel schilderde Jan een portret van de leider van het gezantschap naar Portugal, Boudewijn van Lannoy.

Radicale innovatie

Jans vestiging in Brugge en zijn huwelijk luidden een opvallende wending in van zijn productie. Hij stond in dienst van de hertog, maar genoot de vrijheid om een eervolle opdracht van het Brugse stadsbestuur te aanvaarden om zes beelden van graven en gravinnen in de gevel van het stadhuis te beschilderen. Daarna ontplooide hij zijn eigen stijl en technieken. Afgezien van Het Lam Gods dateren vrijwel al Jans bekende paneelschilderijen van 1432 en daarna. Ongeveer de helft ervan betreft portretten in de vorm van een frontaal aanzicht, meestal van de buste, sommige met de blik gericht op de toeschouwer.

Die direct confronterende voorstelling tegen een donkere achtergrond zonder decoratieve context hield een radicale innovatie in van de Nederlands-Vlaamse schilderkunst en drukte het meer individualistische mensbeeld van die tijd uit. De voorstelling idealiseert niet, maar is realistisch tot het scherpste, soms pijnlijke detail. Het portret van kardinaal Albergati was waarschijnlijk ook een opdracht van de hertog. Hij was immers een pauselijke gezant bij de onderhandelingen tussen Bourgondië en Frankrijk, die leidden tot de Vrede van Atrecht van 1435.

Jan van Eyck, Portret van kardinaal Albergati, 1438, Kunsthistorisches Museum, Wenen.

In het portret Man met de blauwe kaproen, van een man die een verlovingsring toont, zien sommige deskundigen de jonge hertog van Brabant. Filips van Bourgondië had belang bij het huwelijk van deze rechtstreekse neef, die vlak vóór zijn huwelijk plots onder verdachte omstandigheden overleed. Filips werd zijn opvolger. De aanbidding van de Madonna door kanselier Rolin situeert zich nog duidelijker in de directe omgeving van de hertog. 

Maar waarom zien we geen portret van Filips zelf? Zou hij in die fase van zijn leven de voorkeur hebben gegeven aan de allerkostbaarste kunstvormen, zoals de edelsmeedkunst, en aan goudbrokaat zoals hij dat liet uitvoeren voor zijn Sainte Chapelle in Dijon (thans in de Schatkamer in Wenen)?

Jan van Eyck, Madonna met kanunnik Joris van der Paele, 1436, Groeningemuseum, Brugge.

Jan met tulband

Jans zelfportret (met rode tulband) en het portret van zijn vrouw Margareta waren daarentegen eigen keuzen. De portretten, met of zonder Madonna en heiligen, van de handelaarsfamilies uit Lucca en Genua en dat van de edelsmid Jan de Leeuw, kwamen louter voort uit zijn Brugse connecties. Hetzelfde geldt voor het grootse schilderij Madonna met kind, de heilige Donatiaan en kanunnik Van der Paele, dat behalve een uiterst realistisch portret van de schenker een prachtig beeld schiep van de lokale patroon. Zelfs van de Verlosser schilderde Jan een buste die de toeschouwer doordringend aankijkt, zoals ook het Lam in het Gentse altaar en het hondje van het Arnolfini-echtpaar dat doen, of zelfs hun spiegel.

Ook in de religieuze voorstellingen zijn de belangrijkste personen zo realistisch weergegeven dat ze een bijzonder expressieve kracht uitstralen. Jan van Eyck was gefascineerd door de lichtinval, de schittering en de weerspiegeling van parels, edelstenen, edelsmeedkunst, harnassen en brokaat, en de plooienval van kostbaar textiel. De schilder kon zijn meesterschap tonen in de soms zeer moeilijke realistische weergave van die objecten. Zijn waarneming zal zijn aangescherpt door de nabijheid van talloze exotische materialen, inclusief verfstoffen die op de internationale markt op enkele stappen van zijn Brugse huis te koop waren. Jans onderzoekende geest zocht naar de meest verfijnde methoden om dat alles in beeld te brengen. En hij slaagde daar wonderwel in.


    Warning: Undefined array key -1 in /var/hpwsites/u_twindigital_html/website/html/webroot/vaneyck.historischnieuwsblad.nl/wp-content/plugins/diziner-core/lib/TwinDigital/Diziner/Core/Post.php on line 955
  • Hoogtijdagen van Brugge (copy)

    Lees ook

    Warning: Undefined array key 0 in /var/hpwsites/u_twindigital_html/website/html/webroot/vaneyck.historischnieuwsblad.nl/wp-content/plugins/diziner-core/lib/TwinDigital/Diziner/Core/Post.php on line 918
  • Hoogtijdagen van Brugge (copy)

    Lees ook